Uit de Praktijk; Niemand gelukt

Aarzelend en voorzichtig komt ze in de praktijk. Het is haar eerste afspraak. Op mijn vraag ‘wat kan ik voor je doen’?, aarzelt ze een moment. Ze vertelt over dat ze moe is. Uitgeput. Maar vooral een ondraaglijke pijn heeft in haar onderrug. Het voelt daarbij alsof haar benen haar niet meer kunnen dragen. ‘En ik heb al zoveel geprobeerd. Niets hielp. Ik word er zo moe van. Maar iemand vertelde dat jij misschien met Guasha wel wat zou kunnen doen.’ In alle jaren in mijn praktijk, ken ik deze zin maar al te goed. Ik bespeur de moedeloosheid in de ogen van de jonge moeder. Net zoals die moeheid. Bij wat doorvragen komt er een heel plaatje naar boven. Veel en hard werken in de zorg. Met vooral avonddiensten tot ver in haar zwangerschap. Een pittige bevalling waarbij de nodige stukjes nog verwerkt hebben te worden. Net als bij haar kindje. Weinig tijd voor zorg voor zichzelf. Over haar voedingspatroon hoeven we het niet eens te hebben. Dat is er simpelweg niet. Omdat ze niet tot nauwelijks aan eten toe komt. En straks na de behandeling gaat ze meteen weer door. Een nieuwe avonddienst in. Het is duidelijk. Hier zakt een jonge vrouw letterlijk en figuurlijk bijna ‘door haar ‘hoeven’/benen.

Ik ga samen met haar aan de slag. En logischerwijs behandel ik eerst haar hele rug. En tussendoor passeren allerlei onderwerpen de revue. Een bekend effect. De rug behandelen zet op alle fronten aan tot ‘leeglopen en loslaten’. Het maakt een Guasha behandeling daarmee zoveel meer. Want er staat fysiek en mentaal een completer plaatje. De stenen zorgen als vanzelf voor het re-balancing van haar hele lijf. Voor even een gehele ontspanning. Het lijf staat strak, sputtert onder de ‘gedwongen’ ontspanning. Heeft zolang al in de spanningsmodus gestaan. Langzaamaan begint het te stromen. Ontspant het lijf. Begint de doorbloeding onder de verschillende Guasha-stenen op gang te komen. Met een diepe zucht staat ze op uit de stoel. Verwondert kijkt ze me al aan. Haar hele rug voelt al anders. Met iets meer moed vertrekt ze. Op naar de avonddienst. Met een afspraak voor de week erop.

Een week later komt ze opnieuw vermoeid binnen. Maar ze komt rechtstreeks uit de ochtenddienst. Ze wilde even proberen hoe dat voor haar zou uitpakken. En oh, ja. Ze had voor vandaag ook oppas geregeld zodat ze de rest van de middag lekker tijd voor zich zelf had. Hoe de behandeling van de vorige keer is geweest? ‘Nou, ik ben vooral heel, heel moe geweest twee dagen. Ik heb me door de avonddienst gewerkt, maar vraag niet hoe’. En hoe is het met de pijn in je rug? Ze kijkt me aan terwijl haar ogen opflikkeren: ‘Nou, die rug heb ik niet meer gevoeld. Ja, het begint nu een beetje weer op te komen, maar op een andere plek. Iets hoger. Maar dit? Een paar dagen geen pijn? Dat is in het afgelopen jaar nog niemand gelukt!’ Ik grap tegen haar hoe blij ik dan ben om deze keer dan toch ‘Niemand’ te mogen zijn. Even kijkt ze me niet begrijpend aan. We schieten in de lach. Vol moed gaat ze zitten in de stoel. Klaar voor een volgend laagje behandelen.